Waarom staan de toetsopdrachten in het Nederlands?

In het leerwerkschrift bouwen we de Nederlandse ondersteuning bewust geleidelijk af. Franse woorden en instructies die leerlingen al kennen, worden niet telkens opnieuw vertaald. Zo stimuleren we leerlingen om de Franse instructies daadwerkelijk te lezen en steeds zelfstandiger Frans te begrijpen.

 

Bij een toets heeft de instructie een andere functie. Ze moet vooral ondubbelzinnig duidelijk maken wat van de leerling wordt verwacht. Wanneer we bijvoorbeeld grammatica of woordenschat toetsen, willen we vermijden dat een leerling punten verliest omdat hij de Franse opdrachtformulering niet begrijpt. Dat zou betekenen dat we naast het beoogde leerdoel onbedoeld ook leesvaardigheid toetsen. Daarom formuleren we de toetsinstructies in het Nederlands. Wat de leerling in het Frans moet kennen en kunnen, blijft uiteraard volledig in het Frans staan.

 

Zo maken we een bewust onderscheid tussen de leerfase, waarin we leerlingen steeds meer Frans laten verwerken, en de evaluatiefase, waarin we zo zuiver mogelijk willen meten of het vooropgestelde leerdoel bereikt is.