Hoe kunnen we helpen?
"Moeten ze nu uit het hoofd kunnen schrijven?"
1 Eerst even dit ...
We krijgen in de nieuwe ZOUFFF! (2026) wel vaker de vraag of de leerlingen nu uit het hoofd (en dus zonder ondersteuning) woorden moeten kunnen schrijven. En waar staat dat dan in de minimumdoelen en leerplannen?
Het antwoord is niet zo eenduidig, maar toch ook wel logisch. Het hangt er namelijk een beetje van af in welke fase je zit, en wat je net wilt toetsen.
Lees even mee.
2 Wat lezen we in de minimumdoelen?
Leerlingen moeten de woorden en structuren uit de Woordenlijst Frans kennen (MD 10.6.1) en ze kunnen gebruiken bij het spreken, mondeling interageren en schrijven (MD 10.6.3).
Dat betekent echter niet dat leerlingen alle aangeleerde Franse woorden zonder ondersteuning uit het hoofd moeten kunnen opschrijven.
Schrijven
Voor het schrijven voorzien de minimumdoelen namelijk expliciet verschillende vormen van schrijfvaardigheid.
Zo moeten leerlingen met ondersteuning een tekst kunnen aanvullen of samenstellen (MD 10.5.3). Die ondersteuning kan bijvoorbeeld bestaan uit een woordenlijst, een woordbank, een voorbeeldzin of een schrijfkader.
Daarnaast moeten leerlingen ook een vooraf aandachtig gelezen zin van vijf tot zeven aangeleerde woorden uit het geheugen kunnen schrijven (MD 10.5.2).
Ook het correct schrijven van bepaalde grammaticale vormen, zoals meervoudsmarkeerders en werkwoordsuitgangen, is een expliciet leerdoel.
Kopiërend schrijven als oefenvorm
Kopiërend schrijven blijft daarbij een waardevolle oefenvorm. Het helpt leerlingen om vertrouwd te raken met de correcte schrijfwijze van Franse woorden. Maar kopiërend schrijven alleen volstaat niet: leerlingen moeten de aangeleerde woorden en structuren ook actief leren toepassen.
3 Hoe bieden we dat aan in ZOUFFF!?
In ZOUFFF! bouwen we dat stapsgewijs op.
Leerlingen maken eerst kennis met nieuwe woordenschat, oefenen die gericht in en passen ze vervolgens toe in steeds complexere opdrachten.
Daarbij evolueren ze van overschrijven en aanvullen naar het zelf samenstellen van zinnen en korte teksten, waar nodig met ondersteuning.
Kortom: leerlingen moeten de aangeleerde Franse woordenschat actief beheersen en schriftelijk kunnen gebruiken. De nieuwe minimumdoelen vereisen echter niet dat alle woorden systematisch zonder ondersteuning uit het geheugen correct geschreven worden.
Het antwoord is dus niet zo eenduidig. Er wordt enerzijds een stevige mate van zelfstandigheid bij specifieke schrijfopdrachten verwacht, maar de weg naar het beheersen van de woordenschat verloopt stapsgewijs.
4 Ondersteuning bij het leren en bij het evalueren
Je maakt dus best een onderscheid in de verschillende fases van het leren.
Tijdens het oefenen is het zinvol om de ondersteuning geleidelijk af te bouwen, want dat stimuleert het actief uit het geheugen halen én dat versterkt de automatisering.
Bij het toetsen hangt het af van het te evalueren leerdoel: wil je nagaan of leerlingen met de aangeleerde woorden en structuren een zin kunnen samenstellen, dan is een kader of ander hulpmiddel perfect verantwoordbaar.
Wil je echter nagaan of ze bepaalde woorden zelfstandig kunnen oproepen en correct schrijven, dan laat je best dat kader weg.
5 Samenvattend
Dat de lat anders en hoger ligt, dat is een feit. Dat die lat in elke fase van het leerproces daar moet liggen, dat niet. Houd gewoon altijd het leerdoel in het achterhoofd, en zorg zeker voor ondersteuning voor leerlingen met specifieke behoeften.
Vind snel de ondersteuning die je nodig hebt
Contacteer ons
Stel je vraag via het contactformulier en ontvang snel een duidelijk en persoonlijk antwoord van ons team.
Bel ons
Wil je liever meteen iemand spreken? Bel ons en we helpen je direct op weg.
Facebookgroepen
Leer van andere leerkrachten, stel vragen en deel je eigen ervaringen met jouw VAN IN-methode.
Startsessies
Ontdek hoe je jouw methode optimaal gebruikt, met concrete voorbeelden en handige tips van onze experten.