Hoe kunnen we helpen?
Hoe differentieert Taaltoer – ik lees met hup en aap voor zwakke en sterke lezers?
In Taaltoer – ik lees met hup en aap is differentiatie geen extra taak die je als leerkracht zelf moet organiseren. Ze zit ingebouwd in de methode zelf. Via leessporen, het leeswerkschrift, hupuurtjes, klasmateriaal en Bingel kan je leerlingen gericht ondersteunen of uitdagen, terwijl de klas zo lang mogelijk samen blijft leren. Zo behoud je het overzicht en speel je toch in op de verschillen tussen leerlingen.
1 Convergente differentiatie
Taaltoer – ik lees met hup en aap kiest bewust voor convergente differentiatie. Dat betekent dat leerlingen zo lang mogelijk samen aan dezelfde leerdoelen werken. Binnen die gezamenlijke lessen voorzie je waar nodig extra ondersteuning, herhaling of uitdaging.
Zo hoef je niet voortdurend verschillende lessen naast elkaar te organiseren en blijft het klasmanagement haalbaar. Tegelijk krijgt elke leerling de ondersteuning die hij of zij nodig heeft.
2 Differentiatie in de eerste vier thema's
In thema 1 tot en met 4 werken leerlingen met twee leessporen:
- spoor 1 voor leerlingen op AVI-start
- spoor 2 voor leerlingen op AVI-M3
De twee sporen zijn sterk op elkaar afgestemd. De lessen verlopen grotendeels gelijk, waardoor de klas samen kan blijven werken. Alleen waar nodig krijgen leerlingen aangepaste leesteksten of oefeningen die aansluiten bij hun leesniveau.

3 Vanaf thema 5: één spoor, met differentiatie binnen de klas
Vanaf thema 5 werkt de volledige klas in één gezamenlijk spoor. Vanaf dat moment gebeurt de differentiatie vooral binnen het leeswerkschrift, tijdens de instructie en via de oefenmomenten.
Je geeft dus nog steeds dezelfde les aan de hele klas, maar kan leerlingen tijdens het inoefenen extra ondersteunen of net meer uitdaging bieden.
4 Differentiatie in het leeswerkschrift
Ook het leeswerkschrift ondersteunt de differentiatie heel concreet.
Alle leerlingen maken eerst de basisoefeningen, zodat iedereen dezelfde kernleerstof verwerkt. Voor leerlingen die sneller klaar zijn of meer aankunnen, is op verschillende plaatsen verdiepingsstof voorzien. Die herken je aan het icoon met de opwaartse pijl.

Daarnaast bevatten de flappen van het leeswerkschrift de belangrijkste kernleerstof. Leerlingen kunnen hier tijdens het werken gemakkelijk naar teruggrijpen. Dat biedt extra houvast aan leerlingen die nog ondersteuning nodig hebben, terwijl sterkere leerlingen zelfstandiger aan de slag kunnen.
5 De Hupuurtjes
Een belangrijk onderdeel van Taaltoer – ik lees met hup en aap zijn de Hupuurtjes. Dat zijn vaste differentiatiemomenten waarop leerlingen oefenen op hun eigen niveau en tempo. Zo krijgt elke leerling precies de ondersteuning of uitdaging die hij of zij nodig heeft.
Tijdens een Hupuurtje werk je met 3 groepen:
- Leerlingen die nog moeite hebben met lezen oefenen samen met jou aan gerichte remediëring.
- Leerlingen die extra herhaling nodig hebben automatiseren zelfstandig wat eerder werd aangeleerd.
- Leerlingen die de leerstof al goed beheersen krijgen verdiepende opdrachten of extra leesuitdagingen.
Een Hupuurtje bestaat daarbij niet uitsluitend uit extra werkblaadjes. De werkvormen zijn bewust afwisselend en sluiten telkens aan bij de leerstof die net werd aangeboden. Zo werk je onder andere met:
- klassikale remediëring van letters, sleutelwoorden of leesvaardigheden;
- woord- en letterkaarten, de letterschuif of woordenmaker;
- bordlessen en interactieve leesactiviteiten;
- bewegend leren om letters, klanken of woorden te automatiseren;
- gerichte leesoefeningen en, waar zinvol, een schriftelijke verwerking;
- hoekenwerk waarin lezen, schrijven en spelling geïntegreerd worden.
6 Differentiëren met extra leesmaterialen
Ook het klasmateriaal helpt je om eenvoudig te differentiëren.
Materialen zoals de rijtjesboeken, de letterschuif en de woordenmaker laten toe om te variëren in:
- tempo;
- moeilijkheidsgraad;
- hoeveelheid inoefening.
Je kunt deze materialen inzetten voor:
- herhaling
- remediëring
- verdieping
Ze zijn bruikbaar tijdens klassikale lessen, in kleine groepjes of als zelfstandige verwerking. Vanaf thema 5 speelt vooral de woordenmaker een belangrijke rol. Die is bovendien ook digitaal beschikbaar in het bordboek.
7 Digitaal differentiëren met Bingel
Ook Bingel ondersteunt de differentiatie.
Vóór de toets gebeurt de differentiatie vooral binnen de methode zelf, onder andere via de hupuurtjes en extra materialen zoals de leestafels, letterschuif en woordenmaker. Zo kun je leerlingen gericht laten herhalen, remediëren of verdiepen. Dit onderdeel neem de rol van het luikje ‘Differentiëren en oefenen’ over dat voordien beschikbaar was via Bingel.
Na de toets Vlot en vloeiend lezen (VVL) is er op Bingel gerichte remediëring en verrijking (zowel digitaal als op papier) voorzien op basis van de toetsresultaten.
Vind snel de ondersteuning die je nodig hebt
Contacteer ons
Stel je vraag via het contactformulier en ontvang snel een duidelijk en persoonlijk antwoord van ons team.
Bel ons
Wil je liever meteen iemand spreken? Bel ons en we helpen je direct op weg.
Facebookgroepen
Leer van andere leerkrachten, stel vragen en deel je eigen ervaringen met jouw VAN IN-methode.
Startsessies
Ontdek hoe je jouw methode optimaal gebruikt, met concrete voorbeelden en handige tips van onze experten.