Hoe ondersteunt Taaltoer differentiatie en omgaan met niveauverschillen in de klas?

In Taaltoer is differentiatie geen extra laag boven op de les, maar een vast onderdeel van de methode. Alle leerlingen werken toe naar hetzelfde lesdoel. Onderweg bied je waar nodig extra ondersteuning of extra uitdaging, zodat leerlingen zoveel mogelijk samen leren zonder onnodige extra planlast. 

1 Convergente differentiatie

Taaltoer kiest bewust voor convergente differentiatie. Dat betekent dat alle leerlingen aan hetzelfde lesdoel werken. De verschillen tussen leerlingen vang je op via instructie, begeleiding, inoefening en verwerking, niet door verschillende leerdoelen aan te bieden. 

 

Die aanpak heeft verschillende voordelen: 

  • de klas blijft zoveel mogelijk samen leren;  
  • je behoudt het overzicht zonder aparte leertrajecten te organiseren;  
  • leerlingen krijgen ondersteuning of uitdaging binnen hetzelfde leerproces.  

2 De lesaanpak

Taaltoer is opgebouwd volgens de principes van Expliciete Directe Instructie (EDI). Elke les volgt een vaste opbouw met een start, kern en afronding. Je activeert voorkennis, biedt nieuwe leerinhoud stap voor stap aan, oefent samen en laat leerlingen daarna zelfstandig verwerken. 

 

Tijdens de les controleer je voortdurend of leerlingen de leerstof begrijpen. Zo kun je meteen inspelen op hun noden.

 

Meer info vind je hier.

3 De handleiding

De handleiding helpt je om doelgericht te differentiëren tijdens de les. Je vindt er onder andere: 

  • een overzicht van de differentiatiemogelijkheden per les;  
  • suggesties voor verlengde instructie en extra uitdaging;  
  • tips voor flexibele groepering;  
  • een volledig uitgewerkt lesverloop volgens de EDI-structuur.  

 

Zo kun je vooraf én tijdens de les gemakkelijk inspelen op de verschillende onderwijsbehoeften in je klas. 

4 Het taalschrift

Alle leerlingen maken de basisoefeningen die aansluiten bij het lesdoel. Zo werkt de hele klas aan dezelfde kernleerstof. 

 

Voor leerlingen die de leerstof al vlot beheersen, is bij sommige opdrachten ook verdiepingsstof voorzien. Die herken je aan het icoon met de opwaartse pijl. 

 

5 De herhalingsles

Aan het einde van elk thema bevat Taaltoer een herhalingsles met de Herhalingswijzer. Dit is een belangrijk differentiatiemoment waarin leerlingen gericht terugblikken op de leerdoelen van het thema.

Op basis van hun zelfevaluatie krijgen leerlingen zicht op wat ze al beheersen en waar nog extra oefenkansen liggen. De Herhalingswijzer verwijst hen per leerdoel naar passende herhalings- of verdiepingsopdrachten. Zo kunnen leerlingen doelgericht remediëren of zich verder uitdagen, terwijl iedereen blijft werken aan dezelfde leerdoelen.

 

Werkte je bij een vorige methode met het luik ‘Differentiëren en oefenen’ op Bingel? Vóór de toets neemt de Herhalingswijzer deze rol over. Je vertrekt dus vanuit de leerdoelen en de noden van de leerling om gericht te bepalen welke leerstof nog geoefend of verdiept moet worden.

 

Hoewel de herhalingsles standaard vóór de toets is voorzien, kun je dit differentiatiemoment ook op een ander moment inplannen als dat beter aansluit bij je klaswerking. Zo zet je de Herhalingswijzer flexibel in om leerlingen gericht te laten oefenen, herhalen of verdiepen.

 

Meer uitleg vind je hier.

6 Hoe differentieert Taaltoer bij lezen?

Ook voor lezen houdt Taaltoer rekening met niveauverschillen. 

 

Bij vlot en vloeiend lezen zijn leesteksten beschikbaar op drie leesniveaus: een ondersteunend niveau, het gewenste leesniveau en een uitdagender niveau. 

 

Daarnaast bevat ook de Taaltoerbib verhalen op drie leesniveaus. Zo werken alle leerlingen rond dezelfde inhoud, terwijl je toch rekening houdt met verschillen in leesvaardigheid. 

7 Welke digitale differentiatiemogelijkheden biedt Bingel?

Ook digitaal ondersteunt Taaltoer differentiatie, maar de werkwijze verschilt van die van sommige eerdere methodes.

Voor Taaltoer 2 is er op Bingel geen apart luik ‘Differentiëren en oefenen’ waarin je vooraf extra remediërings- en verrijkingsmateriaal selecteert.

 

De differentiatie verloopt in twee stappen:

  • Vóór de toets: je differentieert voornamelijk met de Herhalingswijzer. Leerlingen bekijken per leerdoel wat ze al beheersen en waar ze nog extra moeten oefenen of kunnen verdiepen.
  • Na de toets: op basis van de toetsresultaten kan er digitaal verder gedifferentieerd worden via Bingel.

 

Zo vullen de Herhalingswijzer en Bingel elkaar aan: de Herhalingswijzer ondersteunt het gerichte oefenen vóór de toets, terwijl Bingel na de toets digitale oefenkansen biedt op basis van de resultaten.